Het is alweer 11:00 uur in de ochtend en Steven heeft geen oog dicht gedaan. In zijn hoofd woedt de strijd tussen goed en kwaad; aangewakkerd door schuldgevoel en angst. Het duiveltje op zijn schouder verzekert hem dat er niets was dat hij kon doen om dit vreselijke ongeluk te voorkomen. Sterker nog, hij moet nu aan zichzelf denken, want hij staat op het punt een finaletafel te halen van een WSOP event.
De emotionele rollercoaster wordt Steven te veel. Hij staat snel op, rent richting de toiletpot en laat zich op zijn knieën vallen. In drie smerige minuten komt alles uit zijn lichaam; de stress, de drugs en de alcohol. Steven sluit hier een pact met de duivel en spoelt, samen met zijn andere zonden, ook het bloed aan zijn handen weg.
Hij is nog diep in gedachten verzonken als plotseling zijn mobiele telefoon in zijn broekzak begint te trillen. In een soort trance neemt hij aan.
“Yeah?” antwoordt hij als een echte Amerikaan. “Hé, met Wilbert. Hoe gaat het?” Steven haalt zijn schouders op. “Ik weet niet. Het gaat wel, I guess. Maar ik spreek je vanmiddag wel, ik moet opschieten.” Zonder op een reactie te wachten hang hij de telefoon op en loopt naar de spiegel. Hij ziet er brak uit, maar je ziet niet dat hij een nacht heeft overgeslagen.
Steven hoeft pas om 14:00 uur aan zijn toernooi te beginnen, maar het lijkt hem verstandig om eerst wat te eten en op onderzoek uit te gaan. Misschien een lokale krant kopen of zelfs op de crime scene gaan kijken. Niet uit één of andere morbide behoefte, maar gewoon om te kijken of de autoriteiten hem in het vizier hebben.
Twee uur later kan hij de balans opmaken: in de krant is niets te vinden en ook bij de Wynn lijkt het alsof er nooit iets heeft plaatsgevonden. Hij had op zijn minst een politieafzetting verwacht, misschien zelfs een schoonmaakploeg om de restjes mens op te ruimen. Dat het niet in de krant staat klinkt logisch. Het is pas om 05:00 uur gebeurd, dus waarschijnlijk veel te laat om nog in de krant van vandaag te verschijnen. Maar dat er niets bij de Wynn te zien is dat is toch wel misselijkmakend. The show must go on, schiet door zijn hoofd als hij wegloopt.
Aangekomen in het Rio is hij net op tijd om zijn stack uit te pakken voordat de eerste hand wordt gedeeld. Als hij zich maar kan concentreren op het poker en niet teveel wordt afgeleid door de afgelopen nacht, denkt hij. De duivel op zijn schouder doet in ieder geval goed zijn best om hem het hele voorval te laten vergeten.
Massino Meat Company, 16:20 uur
“Ze zijn er. Waar wil je ze hebben baas?” vraagt een werknemer aan Joseph Massino, de baas van een middelgroot vleesverwerkingsbedrijf in een buitenwijk van Las Vegas.
Massino, 54 jaar oud, netjes in pak, staat op en loopt van achter zijn esdoorn houten bureau vandaan. “Breng ze naar de koeling!”
Drie kleerkasten komen de koeling ingelopen met twee geblinddoekte jongens, die direct, temidden van de bevroren runderkarkassen, op hun knieën worden gedwongen. Massino beveelt zijn mannen de blinddoeken te verwijderen. Het zijn Michael Johnson en Roy DeCicco, de twee jongens die Steven, Wilbert en Mark uitnodigden voor het feestje in de Wynn.
“Wie van jullie is Michael?” vraagt Massino kalm. De jongens kijken elkaar bang aan, alsof ze beiden liever niet in de schoenen van die Michael willen staan. De meeste locals kennen Joseph Massino wel en weten dus dat je geen problemen wilt krijgen met zijn familie. De angst om niets te zeggen blijkt groter en dus komt Michael over de brug: “Ik ben Michael meneer.”
Michael heeft deze woorden nog maar net een seconde uitgesproken of één van de kleerkasten komt naar voren, pakt een Beretta uit zijn schouderholster en schiet Roy ijskoud en vakkundig door zijn hoofd.
“Oh mijn God!!” roept Michael terwijl hij zichzelf achterover laat vallen en het lijk van Roy op hem valt. “Roy!!! Nee!”
Massino wijst met zijn vinger naar Michael, waarop twee van zijn andere spierbundels de bange jongen van de vloer rapen en hem voor Massino neerzetten.
“Luister goed, stuk onbenul,” zegt hij kalm, maar zéér bedreigend. “Dat meisje wat vannacht van jouw balkon is gevallen… Dat meisje is de dochter van één van mijn beste werknemers.” zegt Massino.
Michael barst in huilen uit. “Ik heb het niet gedaan! Het was mijn vriendin! Ik zou dat nooit doen!” snottert Michael. “Het waren die Hollanders!”
Massino legt een hand op de schouder van Michael. “Ik weet het. De beste vriendin van het overleden meisje heeft ons alles vertelt. Dat is de enige reden dat jij niet naast je vriend ligt.” Michael kijkt om en ziet het lijk van zijn maatje in een grote plas bloed liggen. “Jij gaat mij helpen die Hollanders te vinden of jij eindigt, net als je vriendje, onder een steen in de woestijn. Capiche?”
In het Rio speelt Steven inmiddels de finale tafel bubble. Hij staat nog steeds derde in chips…

















Lees 4 comments(s) over dit artikel
Voeg je commentaar toe