DOSSIER WSOP Deel III

DOSSIER WSOP Deel III 0001

In dit dossier World Series of Poker nemen we je mee in de geschiedenis van de WSOP. We bekijken alle toernooien van de eerste in 1970 tot en met de laatste in 2007. Alle zogenaamde 'legends of poker' komen aan bod. Van Johhny Moss tot Jamie Gold. Van een prestigieuze titel tot een hoofdprijs van 12 miljoen dollar.

De nineties tot 2002: One-day-flies, nieuwe mijlpalen en nieuwe generatie

In de jaren zeventig en tachtig kunnen de winnaars van de World Series worden ingedeeld op basis van de carrières van legendarische pokeraars. Het toernooi wordt echter met het jaar groter en groter. In de jaren negentig doorbreekt het toernooi de magische grens van 500 spelers. Daardoor wordt het steeds moeilijker om meermalen het Main Event op je naam te schrijven. Lukt het in het begin Johnny Moss, Doyle Brunson, Stu Ungar en Johnny Chan nog wel, vanaf de jaren negentig wordt het toernooi zo groot dat dit een vrijwel onmogelijke opgave wordt. Johnny Chan is in 1988 de laatste speler die het presteert om twee keer achter elkaar te winnen.

Wel beginnen de jaren negentig met een noviteit. Poker wordt een steeds meer internationale aangelegenheid en voor het eerst in het twintigjarig bestaan wint een niet-Amerikaan het Main Event. De Brit Mansour Matloubi is de sterkste in een veld van 194 deelnemers. Hij speelt met weinig grootheden aan de finale tafel. De enige speler van naam aan de finale tafel is Stu Ungar, die al een dag eerder niet meer komt opdagen. Hij wordt met een overdosis crack op zijn hotelkamer gevonden en kan niet meer spelen. Ungar wordt op de negende plaats doodgeblind.

Matloubi, van Iraanse afkomst, blijft wel als pokerspeler actief, maar in de jaren negentig komt hij nauwelijks meer uit in toernooien in de VS. Alleen in 2001 houdt hij nog een tournee door Noord-Amerika. Het resultaat: acht in-the-money-finishes. Tegenwoordig speelt hij niet veel meer in belangrijke toernooien. De laatste waarin bekend is dat hij meespeelt is het toernooi in de Asian Pacific Poker Tour in Macau, afgelopen november. In totaal wint hij $1.990.457 in toernooien gedurende zijn hele carrière.

In 1991 is echter de mooiste mijlpaal in de geschiedenis van de WSOP. De eerste prijs is dan voor het eerst een getal met zes nullen: $1.000.000.

DOSSIER WSOP Deel III 101

Voor het eerst doen er dat jaar ook meer dan 200 mensen mee aan het Main Event. Brad Daugherty is de man die de tot dan toe grootste prijs wint die ooit met een pokertoernooi is gewonnen. Hij is van de een op de andere dag miljonair. Het is het eerste toernooi dat hij wint, maar wel gelijk de grootste die hij ooit zal halen. Zijn totaal aan prijzengeld in alle toernooien bij elkaar is tot op heden niet eens het dubbele van wat hij wint in 1991: 1.725.000.

De hoofdprijs in het Main Event zal dan een aantal jaren gelijk blijven. Tot en met 1999 blijft die op 1 miljoen staan. Ondanks een groeiend aantal spelers in die tijd. Het deelnemersveld wordt in de jaren negentig bijna verdubbeld. De buyin blijft $10.000, maar de hoofdprijs blijft op honderd keer dat bedrag. Meer geld voor de rest van de deelnemers dus.

Andere spelers die in die tijd winnen: Hamid Dastmalchi (1992), Jim Bechtel (1993), Russ Hamilton (1994), Dan Harrington (1995), Huck Seed (1996), Stu Ungar (1997), Scotty Nguyen (1998) en Noel Furlong (1999). Niet allemaal echt one day flies, want met name Harrington, Seed, Ungar en Nguyen zijn natuurlijk gevestigde namen.

De World Series of Poker is dan inmiddels een toernooienserie die zijn weerga niet kent. Steeds nieuwe varianten van poker worden toegevoegd aan de immer groeiende lijst met side-events. In 1995 telt de lijst 23 toernooien, terwijl dat er in 1990 nog maar veertien zijn. De meest opvallende variant die in 1995 zijn intrede doet is Chinees Poker. Er is een $1.500-toernooi en een $5.000-toernooi.

In Chinees poker zitten de spelers met vier man aan tafel en elke speler krijgt dertien kaarten. Daarmee moeten drie combinaties worden gemaakt. Twee van vijf kaarten en een combinatie van drie kaarten. Degene die kortweg de meeste goede handen met die combinaties maakt, wint de meeste punten. In 1995 wint John Tsagaris het $1.500-event en Steve Zolotow de andere. Het bedrag voor de eerste prijs in de laatste is liefs $112.500, wat inhoudt dat er toch een hoop spelers meedoen aan dit event.

In 1996 worden de World Series of Poker zelfs afgetrapt met een Chinees Poker-toernooi. Gregory Grivas, die $37.000 pakt met zijn zege. Jim Feldhouse pakt het $5.000-event, goed voor nog maar $50.000. Minder dan de helft van de prijs die het grootste Chinees Poker-event in het jaar ervoor heeft. Het spel blijkt niet zo populair meer, zeker omdat veel mensen het toch meer als gokken zien, dan als poker. Chinees Poker sterft daarmee een vroege dood op de World Series. Vanaf 1997 wordt het niet meer opgenomen in het programma. De enige plek waar het dan nog wordt gespeeld is bij de cashtafels, waar professionele pokeraars het dan nog spelen als ze uit een toernooi liggen. Grote bedragen gaan soms over tafel. Per punt wordt een bedrag toegekend dat soms oploopt tot $1.000 of $2.000. Zo zou Phil Hellmuth ooit op één avond ruim een half miljoen hebben verloren in een pot om $2.000 per punt tegen Phil Ivey.

De organisatie van de World Series of Poker zit echter niet stil. Chinees Poker wordt misschien geen succes, maar een nieuw millennium betekent ook de geboorte van HORSE en SHOE, twee vergelijkbare spelvarianten, die zullen uitgroeien tot de meest prestigieuze toernooien van de WSOP.

Ìn 2001 is het eerste SHOE-toernooi. SHOE is eigenlijk niets meer dan een combinatie van Stud, Hold'em, Omaha en Eight or Better. Zet de eerste letters van de varianten achter elkaar en er staat SHOE. Alle varianten worden in de limit-vorm gespeeld en in elk level van het toernooi worden in die tijd twee varianten gespeeld. Naast SHOE komt er een jaar later ook nog HORSE bij. Een andere volgorde en er is nog één variant toegevoegd: Razz.

Het toernooi begint dus met Limit Hold'em en gaat verder met Limit Omaha, Razz, Stud (7 Card Stud) en Eight or Better (Omaha hi-lo).

HORSE wordt een van de populairste vormen van poker tijdens de World Series. Vooral omdat het zo gevarieerd is. De WSOP wordt in het nieuwe millennium zo groot dat de professionele pokeraars het Main Event niet eens meer als zo prestigieus zien, omdat er steeds meer amateurs meedoen. Ze zijn op zoek naar een toernooi waarin alleen de beste professionals kunnen spelen, een nieuw officieus wereldkampioenschap. In 2006 worden hun wensen verhoord. Er komt een HORSE-toernooi met een buyin van liefst vijf keer de prijs van het Main Event, genoeg om niet te veel amateurs te laten meedoen. Alleen de allerbeste professionals zijn bereid de buyin van $50.000 te betalen. Het wordt een groot succes. Tot aan de finale tafel wordt HORSE gespeeld en de finale tafel is volledig No Limit Hold'em. Aan die laatste tafel zitten louter kanonnen. Patrik Antonius wordt negende, Doyle Brunson achtste, Dewey Tomko zevende, David Singer zesde, T.J. Cloutier vijfde, Jim Bechtel (waar hebben we die naam eerder gezien) vierde en Phil Ivey derde. De headsup gaat uiteindelijk tussen Andy Bloch en Chip Reese. Met 143 deelnemers is de prijzenpot bijna $7 miljoen. Zelfs de nummer twee wint al meer dan een miljoen. Chip Reese wint de headsup, goed voor $1.700.000.

Het HORSE-toernooi wordt voor de professionals het belangrijkste toernooi tijdens de World Series. De eerste winnaar, Chip Reese, overlijdt eind 2007. Vanaf de World Series van 2008 zal dit toernooi vernoemd zijn naar hem.

Het nieuwe millennium begint met een nog hogere eerste prijs dan in de voorgaande negen jaar. De organisatie besluit de hoofdprijs met de helft te verhogen naar $1.500.000. Ruim 500 mensen doen een gooi naar die eerste prijs, maar het is de markante Chris 'Jesus' Ferguson die het Main Event van de World Series wint. Annie Duke en Mike Sexton halen de finale tafel net niet. Ferguson verslaat een finale tafel met toch nog een paar mooie namen. Hasan Habib wordt vierde en in de headsup neemt Ferguson het op tegen T.J. Cloutier. De {a-Spades}{9-Clubs} blijkt in het in de laatste hand van het toernooi beter te doen dan de {a-Diamonds}{q-Clubs} van Cloutier en een nieuwe ster is geboren. Ferguson pakt dat jaar namelijk ook al een bracelet in het $2.500 Seven Card Stud-toernooi.

Een jaar later wint Juan Carlos Mortensen het Main Event na een headsup tegen Dewey Tomko. Het is ook dan nog wel een toernooi waarin de grote namen het goed doen. Dat zal niet lang meer duren. Nu nog spelen goede professionals als Phil Gordon (vierde), Phil Hellmuth (vijfde) en Mike Matusow (zesde) aan de finale tafel.

Ook in 2002 is dat nog enigszins het geval als Robert Varkony wint van andere pro's Ralph Perry (derde) en Julian Gardner (tweede). Varkony pakt als eerste persoon ooit tijdens de WSOP een eerste prijs van $2.000.000.

In 2002 wordt een tijdperk afgesloten. Vanaf 2003 is namelijk alles anders. Daarover in het volgende deel meer.

DOSSIER WSOP Deel III 102

LEES MEER

Comments

Nog geen reacties. Wees de eerste die post!

Wat denk jij?
Registreer je om een reactie achter te laten of login met facebook