Pokerwraak deel 12

Pokerwraak deel 12 0001

De laatste keer dat ik jullie rapporteerde over mijn belevenissen was ik zeer depressief. Het was ongetwijfeld ontzettend vermoeiend om te luisteren naar al dat zwaarmoedige gelul. Ik doe mijn best vandaag iets minder ernstig te zijn.

We waren aanbeland op het punt dat mijn telefoon op de stenen vloer lag te rinkelen, terwijl ik verdomme net lekker aan het pokeren was tegen een Hongaar – die ik trouwens kon hebben. Dat mijn telefoon rinkelde, kondigde ik heel spannend aan, alsof het een essentiële keuze was die ik moest maken. De Hongaar, poker, of mijn telefoon, die dan als metafoor stond voor mijn vriendin. Want iedereen neemt maar klakkeloos aan dat het mijn vriendin Lisanne was, die me opbelde. En dat was ook zo. En ik nam op. Achteraf gezien had ik liever voor poker gekozen.

'He Lisanne,' zei ik toen ik opnam.

'Ja, hoi,' antwoordde ze.

'Goed dat je belt.'

'Ja, in jouw hoofd was het nog niet opgekomen om te bellen zeker?

'Jawel, maar ik dacht..' Ik kon mijn zin niet afmaken, want

Lisanne onderbrak me.

'Zoveel ben ik dus ook weer niet waard voor je. Ik mag je helpen met je pokercarrière, die nu goed op gang gekomen is omdat je gewoon ontzettend veel mazzel had in dat satellietgedoe naar Barbados. Daar kan je trouwens mooi alleen naar toe, dan weet je dat alvast.

'Je gaat niet mee?' vroeg ik.

'Wat denk je zelf? Jezus Gunnar. Je snapt erg weinig, hè? Ik help je met pokeren. Ik offer mijn vrije tijd op om jou te helpen. Ik zou ook lekker iets met vriendinnen kunnen gaan doen, maar in plaats daarvan help ik jou. En als meneer het eerste beste verdomde satelliettoernooitje binnensleept ben ik niet meer goed genoeg. Denk je dat je dit had bereikt zonder mij? En dan durf je ook nog eens te vragen of ik "dus niet mee ga naar Barbados". Nee, ik ga zeker niet mee. Zoek maar één van je vrienden uit, die je niet meer hebt omdat je een gare pokerverslaafde bent geworden. Dag Gunnar.'

'Kom op, doe niet zo kinderachtig,' zeg ik nog. Ze heeft nog niet opgehangen.

'Ik kinderachtig?! Nou wordt het helemaal mooi. Als hier iemand kinderachtig is, ben jij het. En dat weet je heel goed, Gunnar.'

Ligt het aan mij, of zijn vrouwen soms daadwerkelijk volslagen onredelijk en onuitstaanbaar?

'Schat, kun..'

'Noem me geen schat.'

'Kunnen we niet gewoon even praten?'

'Waarover wil je praten? Als je wilt praten kan dat nu.'

'Laat maar,' zeg ik.

'Oke. Dag Gunnar.'

Vervolgens klinkt de dodelijke en welbekende 'tuut tuut tuut'.

'Dag schat.'

Van dit soort gesprekken krijg ik twee kwalen die ik tot nu toe nog niet genoemd heb. Ik word ontzettend melancholisch en als ik melancholisch word krijg ik hoofdpijn. Als ik hoofdpijn krijg drink ik alcohol. Als ik alcohol wil kopen heb ik geld nodig. Ik heb geen geld, dus heb ik nog steeds hoofdpijn. Of nou ja, ik heb wel geld, maar niet voor alcohol, alleen voor poker heb ik geld.

Enfin, Alsof ik dus nog niet genoeg aan mijn hoofd had, ging –terwijl ik somber zat te zijn op de bank- ook nog eens de deurbel. Ik zag eruit zoals ik me voelde; verschrikkelijk slecht. De enige persoon die vrijwillig voor mijn deur kon staan, was de postbode die één van de zevenennegentig bestelde pokerboeken kwam afleveren. Ik kon me niemand anders indenken. Of het moest Lisanne zijn, die een sok vergeten was mee te nemen toen ze in hevige woede mijn huis verliet. Maar na ons ietwat moeizame telefoongesprek dacht ik niet dat ze erg veel zin had vandaag haar vergeten sok op te komen halen. Ik sjokte naar de deur en deed open.

De wet van Murphy schoot door mijn hoofd. Of nou ja, eigenlijk schoot die niet door mijn hoofd, want ik had veel te veel hoofdpijn om aan die verdomde Murphy te denken op het moment dat ik de deur opendeed. Beademing had niet overbodig geweest om van de schrik te bekomen.

'Nora,' zei ik, alsof ik haar wilde helpen herinneren dat ze Nora heette.

'He Gunnar.'

'Hoi.'

'Mag ik binnenkomen?'

'Uhm.. Ja, natuurlijk. Kom binnen.'

Weet je nog wie Nora is? Zij was mijn vriendin, maar Lisanne verving haar omdat Nora en ik het niet meer zo goed met elkaar konden vinden. Wat zij voor mijn deur deed, in vredesnaam, wist ik niet. Het doorbrak in elk geval mijn dag. Want tot nu toe was het zo'n dag waarop ik eigenlijk niet naar buiten wilde en wel honger had maar te lui was om eten te maken of zelfs te halen. Het was zo'n dag waarop ik uit verveling dus maar op de bank hing, tv keek, en uit lamlendigheid wat aan mijn geslacht friemelde. Ik kan je vertellen: zulke dagen gaan verdomd snel vervelen, ook al denk je van niet. Nora dus.

'Ga zitten,' zei ik. Ze had geen oog voor mijn nogal onverzorgde uiterlijk. Ik had me zeker drie dagen niet geschoren, mijn haar stond aan alle kanten waar het plat moest liggen overeind, en lag plat aan alle kanten waar het overeind moest staan. Ik liep in een wit shirtje en een trainingsbroek. Ik weet niet of het mogelijk was, maar zo ja dan zag Nora er nog bedroefder en onverzorgder uit dan ik. Ze leek wel één of andere junk.

Ik was natuurlijk verdomd nieuwsgierig waarom ze hier was, maar uit beleefdheid vroeg ik haar of ze misschien iets wilde drinken. Of misschien was het uit ongemakkelijkheid dat ik het vroeg. Want Jezus, wat moet je als je ex-vriendin, die eruitziet alsof ze net zeven naalden heroïne in haar armen heeft gestoken en een kilo Zuid-Amerikaanse poedersuiker door haar neus heeft gejaagd, je huis binnenkomt zonder nader commentaar? Vragen of ze iets wil drinken dus.

Ze wilde niks drinken.

'Ik maak even thee voor mezelf,' zei ik, wederom om maar gewoon iets te zeggen. Ik wachtte op het verhaal dat wel moest komen. Maar het kwam niet. Nadat ik een half uur in de keuken thee stond te zetten, dat wil zeggen stond te bedenken wat ik moest zeggen als ik terug de woonkamer inliep, liep ik terug de woonkamer in. Zonder thee. 'De snelkoker deed het niet.'

Ze zei niks...

Comments

Nog geen reacties. Wees de eerste die post!

Wat denk jij?

Registreer je om een reactie achter te laten of login met facebook

LEES MEER

Andere Artikelen