Dossier Lüske | van straatschoffie tot de Johan Cruijff van het poker (deel I)

Dossier Lüske | van straatschoffie tot de Johan Cruijff van het poker (deel I)

Marcel Lüske is zonder twijfel de bekendste pokerspeler van het land. In Las Vegas kan The Flying Dutchman niet over straat zonder tegen hordes fans aan te lopen. In Nederland is hij al net zo bekend na televisieoptredens in PokerKings NL en Veronica Poker. Maar hoe hij ooit in aanraking kwam met poker is niet algemeen bekend. PokerNews Magazine dook samen met hem terug in zijn verleden.

De EPT in Dortmund is bezig aan zijn tweede dag, maar Noah en Marcel Lüske overleven beiden de eerste dag niet. Hij heeft dus de tijd om rustig te gaan zitten. Ook Noah Boeken schuift aan om herinneringen op te halen. Lüske neemt een goed glas wijn en begint zijn verhaal.

In vier delen zullen we in PokerNews Magazine het complete verhaal van Marcel Lüske delen met de wereld. Een uniek inzicht in de geschiedenis van die man in maatpak met omgekeerde zonnebril, die wereldfaam verkreeg door de precieze read dat iemand koningen speelde.

9 kinderen, 5 bedden

Marcel Lüske wordt op 23 maart 1953 in Amsterdam geboren in een arm gezin waar hij de slaapkamer moet delen met acht broers en zussen, terwijl er maar vijf bedden staan. Het huis heeft maar twee kamers, een kamer met de bedden van de kinderen en een huiskamer met een toogje voor het bed van Marcels ouders. ’s Winters is het koud en moeten jassen en overjassen iedereen warm houden.

Marcel is de één na jongste broer. Zijn moeder is altijd zwanger: ,,Als ze het ziekenhuis uitkwam, had ze al weer een dikke buik.’’ Een jonger zusje van Marcel wordt geboren met een open ruggetje en overlijdt al na drie dagen. Het is een tegenslag, maar Marcel herinnert zich vooral de gezelligheid: ,,Je hebt altijd vriendjes en vriendinnetjes in de buurt met broers en zussen van bijna dezelfde leeftijd.’’ Vooral met zijn drie jaar oudere broer Charles gaat Marcel veel om.
Lüske herinnert zich nog goed dat ze het niet ruim hebben. ,,De kinderbijslag was een feest!’’ De familie heeft, zoals zoveel mensen in die tijd, een rekening lopen bij de Spar en de Gruiter, maar alles betalen kunnen ze niet. De statiegeldflessen worden direct ingeleverd maar er zijn meer uitgaven dan inkomsten. Als de kinderbijslag komt wordt weer wat afbetaald, maar lang niet alles wordt op tijd voldaan.

Marcels vader Hubertus ‘Bertus’ Johannes is een goede uitbener bij de firma Kruier. Net als het gros van de medewerkers bij die slager is Marcels vader een flinke jongen. In zijn vrije tijd boksts hij en ook als hij een slokje op heeft, mag hij graag een robbertje boksen met cafégenoten. Meer dan eens komt Marcels vader thuis met blauwe plekken en een kelner bijt eens een stuk van zijn neus. Marcel herinnert zich nog goed dat zijn vader in de problemen komt nadat hij onder invloed een papegaai slaat. ,,Gemiddeld één keer per jaar kwam de politie mijn vader halen’’, herinnert Marcel zich. ,,Als mijn vader weer eens niet mee wilde werken, kwam de politie met een heel arrestatieteam, want hij was niet de gemakkelijkste om mee te nemen. Drie auto’s en twaalf man stond er dan voor de deur.’’

Dossier Lüske | van straatschoffie tot de Johan Cruijff van het poker (deel I) 101

Klaverjassen, boeren potten en zwikken

Marcel groeit op in een echte kaartfamilie. ,,Mijn vader was een goede klaverjasser, berekenend’’, zegt Marcel. Broer Hansje speelt niet mee maar broers Charles en Bertus wel, net als de meeste zussen. Al op zesjarige leeftijd mag Marcel meedoen. Omdat hij nog jong is leert hij snel. Het is niet alleen klaverjassen, maar ook boeren potten, éénentwintigen, zwikken en heel af en toe poker. ,,Natuurlijk niet voor geld, maar gewoon voor de lol.’’ Marcels moeder geeft iedereen een zakje rangetjes waar om wordt gespeeld. ,,Sommige aten die snoepjes op, die kon je dan niet meer winnen uiteraard.’’ Noah bemoeit zich ermee en zegt dat Marcel vast één van die kinderen was. ,,Natuurlijk’’, geeft Marcel ruiterlijk toe.

Aanvankelijk kunnen de kinderen niet van hun vader winnen. ,,Hij was echt een super klaverjasser, maar wij bedachten kleine trucjes om hem te verslaan.’’ Die zouden we nu een semi-bluf noemen of misschien het representeren van een hand maar in die tijd bestaan er nog geen termen voor. Marcel leert zichzelf alles aan. ,,Eens in de zoveel potjes konden wij dan winnen van hem en dan zag je hem denken hoe kunnen ze dat nou zo gespeeld hebben? Onze vader zal vast en zeker trots zijn geweest op ons’’, vertelt Marcel ,,maar hij was wel laaiend als hij verloor.’’
Marcel gaat naar de Linnaeusschool aan de Oosterparkstraat in Amsterdam. Dan wordt er thuis soms al om geld gespeeld. Marcel is elf jaar oud als hij al 15 gulden winst maakt in een sessie waar ze om centen en stuivers spelen. Veel spelletjes die ze spelen hebben een maximumbedrag dat ze kunnen winnen of verliezen, maar als ze pokeren is er geen plafond. ,,Ik had 15 gulden winst en dan kreeg ik ook nog een tientje van mijn zus. En dan met mijn broer natuurlijk ’s avonds in bed headsup spelen voor dat tientje. Ja, dan verloor ik die weer’’, zegt Marcel met een brede grijns.

Werken voor de kost

Als hij veertien is gaat de jongeling van school om te werken. Marcel heeft veel verschillende baantjes variërend van bijrijder voor een expeditiebedrijf tot het werken als heftruckchauffeur bij Fiat. Hij werkt op een gegeven moment ook in de haven en brengt een tijdje telegrammen rond voor de PTT. Hij werkt enkele dagen in een plasticfabriek, maar zijn beste herinneringen zijn aan zijn tijd op de markt. Eerst helpen bij zijn broer Bertus maar later met een eigen kraam. Hij verkoopt wat hij kan en zo is Marcel de ene dag te vinden met fruit en de andere dag met dameskleding, maar ook kerstbomen en overhemden raakt hij wel kwijt. Omdat hij niet een vaste plaats heeft, moet hij loten. Bij verlies wordt hij gedwongen in zijstraatjes zijn waar uit te stallen.

,,Om toch aandacht te trekken moest ik lullen als geen ander’’, vertelt Marcel. ,,Ik werd gedwongen te standwerken om mensen bij mijn kraam te krijgen. Toen vaderdag kwam, kon ik een mooie partij overhemden kopen, in het plastic zagen ze er prachtig uit.’’ Hij staat er alleen niet bij stil dat het lekker weer is tegen die tijd en dat lange mouwen niet veel zullen verkopen. Meer voor de show dan als serieus redmiddel legt hij een schaar bij zijn kraam en biedt die aan aan mensen die korte mouwen willen. ,,Ik kocht ze voor een knaak en ik verkocht er twee voor vijfentwintig gulden’’. Het maken van een show rondom de te lange mouwen werkt en aan het einde van de dag is hij alle overhemden kwijt.

Ook met een partij kersen gaat Marcel de boot in. Hij koopt ze in een koelcel met slecht licht, waardoor hij er pas buiten achter komt dat ze onnatuurlijke blauw zijn. Snel koopt hij goede kersen en mixt die om de blauwe toch kwijt te kunnen. Een zijstraat van de Albert Cuijp is de enige plaats die vrij is en Marcel heeft niet eens een vergunning. Als ze komen vertellen dat hij daar niet mag staan, heeft Marcel altijd zijn mondje klaar. Oude tijden herleven als hij zijn oud-Amsterdamse accent opzet en door het Duitse casino de situatie naspeelt: ,,Je belt de politie maar, ik betaal gewoon. Ik wil werken voor mijn geld! Ik moet mijn handel kwijt, maandag is het niet meer goed!’’

Hij krijgt het voordeel van de twijfel, maar zijn plaats in de zijstraat is daarmee nog geen hotspot. Regelmatig schraapt hij dan ook, net als zijn broer, zijn keel en schreeuwt hij de mensen naar zijn stal. Marcel staat op en doet voor hoe hij in die tijd een hand kersen pakt en die tussen de winkelende mensen de hoofdstraat ingooit. ,,Nee mevrouwtje, deze heerlijke kersen heb ik niet gestolen. Ik heb ze gewoon heel goedkoop ingekocht, ben ze alleen vergeten te betalen schreeuwde ik dan.’’

,,Standwerken is leuke ervaring voor mensen’’, geeft Marcel aan. ,,De spullen kunnen ze overal kopen, het gaat er om hoe je het doet. Hetzelfde gaat op aan de pokertafel. Maak een opmerking, lok ze uit de tent, mensen vinden dat leuk. Door de gesprekken aan tafel kan je een betere inschatting maken van mensen. Zelfde als op de markt: met praten bereik je meer. Norman Chad zei op ESPN: als ik dan toch mijn geld en chips verlies, dan maar aan Marcel Lüske. Dat is leuk om te horen maar het is zo. Als mensen een leuke tijd hebben, gunnen ze het jou eerder dan anderen.’’

Praten als Brugman in de horeca

Na zijn tijd op de markt beseft Marcel dat hij aan kennis tekort schiet doordat hij al jong is gestopt met school. Hij gaat cursussen en avondschool doen en haalt zijn horeca- en middenstandsdiploma. Marcel staat eerst bij de deur om jassen aan te nemen en later ook zelf achter de bar. In een tijd dat je nog kan drinken op de pof en de klant nog koning is, werkt Marcel keihard voor iedere gulden. ,,Je moest leuk zijn, je moest poffen, je moest voor je klanten klaar staan. Alles onder controle houden: diplomatiek zijn, maar ook het toilet schoon houden’’, lacht Marcel. ,,Een balletje gehakt kunnen klaarmaken, een koppie soep kunnen serveren en in de tussentijd zorgen dat je bar nooit leeg was. Moppen vertellen en praten als Brugman: misschien heb ik het daar wel van’’, grinnikt Lüske.

In die tijd traint hij vier dagen in de week karate en bemachtigt hij de zwarte band. Later doet hij ook aan kickboxen, maar een echte vechter is Marcel nooit. ,,Ik heb altijd geloofd dat je dingen met je mond moet oplossen.’’ Een bekend verhaal is dat Marcel over de bar moet springen als iemand het café wil verlaten zonder te betalen voor het rondje dat hij gaf. In één soepele beweging springt hij over de bar en rent naar de deur om die verder terug te trekken als de wanbetaler die open doet. De klant krijgt de deur vol tegen zijn hoofd en gaat knock-out, waarna iedereen denkt dat Marcel hem heeft geslagen. ,,Het geeft wel aan in wat voor bekrompen tijd we leefden, voor een paar gulden gebeurde dat allemaal.’’

Maar ook het horecaleven is niet heel lang aan Marcel besteed. Hij is zoekende, altijd snel weer iets anders. ,,Huisje, boompje, beestje beviel me niet. Keihard werken kan je overal’’, zegt Marcel. ,,Je verdient uiteindelijk wel je brood. Geloven in hetgeen je doet, de uitdaging aangaan – met de kans op je bek te gaan – zorgt ervoor dat je voldoening krijgt.’’ Marcel vervolgt: ,,Spanning, stress maar ook overwinningen en succes. Tien keer gaat het fout maar die ene keer dat het goed gaat, daar doe je het voor. Die ene keer dat alles goed gaat, moet die tien keer falen goed maken. Ik heb veel fout gedaan en waarschijnlijk nog steeds, maar ik heb meer spijt van dingen die ik niet heb geprobeerd dan van mislukkingen.’’

In huize Lüske wordt al gepokerd, maar Marcel komt er pas serieus mee in aanraking als hij een jaar of 25 is. Omdat Marcel naar de sportschool gaat, kent hij veel mensen uit het milieu. ,,Portiers van discotheken kende ik uit de sportschool en diezelfde jongens stonden ook bij casinootjes. Omdat je die jongens kent, ga je eens een borrel drinken en natuurlijk probeerde je dan die spelletjes; 100 gulden op de blackjack, even kijken.’’ In een illegaal casinootje op de Zeedijk in Amsterdam speelt Marcel één van zijn eerste sessies poker, Holland Casino bestond nog niet. ,,200, 300 gulden de tafel. Kleine spelletjes’’, merkt Marcel op. ,,Zo rol je in een wereldje dat eigenlijk heel leuk is. Het illegale wereldje was veel leuker dan Holland Casino. Holland Casino doet haar best om in de buurt te komen met bijvoorbeeld Chinese Nieuwjaarsfeestjes, maar kan niet tippen aan de service van die casinootjes. Je ging nooit leeg de deur uit. Als je alles had verloren, kreeg je taxi-geld. Eten en drinken was er volop en gratis. Je werd echt goed behandeld en voelde je beschermd.’’

Marcel noemt het semi-illegaal, omdat de politie het oogluikend toelaat. ,,De Chinezen hadden een roulettetafel en de Rotterdammers hadden ook altijd wel een partij. De politie ging er mee om, ze wisten dat dat gebeurde. Het was een andere tijd’’, besluit Marcel terwijl hij zich met weemoed in de ogen lijkt af te vragen waar die tijd is gebleven.

Hij speelt dan 5-Card Stud en geen Hold’em. Het is meteen een winnende bezigheid. De game is Pot Limit en het deck heeft 32 kaarten. ,,Een flush is daardoor hoger dan een fullhouse’’ vertelt Marcel Lüske. Wat volgt is de spoedcursus 5-Card Stud. Noah, die het spel vroeger ook heeft gespeeld, knikt instemmend bij de diverse voorbeeldsituaties. De termen ace in the hole, upcard en 3th street vliegen voorbij en de twee raken zelfs bijna in een discussie over hoe één van de voorbeeldhanden moet worden gespeeld.

Het rekenen heeft Marcel al uit zijn klaverjasverleden onder de knie en de handselectie zit ook goed. ,,Bij de derde kaart moest je je hand hebben zodat je bij de vierde al wist of je ging of niet. Ik was er heel goed in de pot klein te houden als ik nog drawende was en hem op te blazen zodra ik had gehit.’’

Marcel is één van de weinigen in die tijd die de verhoudingen van handen weet. De pot-odds berekenen is iets dat bijna niemand in die tijd doet. Sterker nog: het wordt soms zelfs als onbeleefd gezien. ,,Iedere jeugdige knaap heeft tegenwoordig de rekenmachine er naast en weet wat hij heeft. Goed voorbeeld is Noah Boeken’’, zegt Marcel. ,,Als die zes-acht heeft en iemand gaat allin met aas-koning, dan weet hij dat als de prijs goed is, hij best kan betalen. Als dat vroeger was gebeurd en je kocht de kaart die je nodig had, dan dachten ze dat de kaarten gemerkt waren, dat er iets aan de hand was. Zes-acht die wint van aas-koning. Dat kan toch niet – een miracle card! zouden ze hebben gezegd.’’

Marcel Lüske is inmiddels opgestaan en doet met hevige armgebaren een verontwaardigde livespeler na die versteld staat dat zes-acht wint van aas-koning. ,,Ze vergeten dat je als je maar lang genoeg het procentenvoordeel speelt je bent als de bank: je wint altijd! Hoe kan die nou callen met zes-acht zeg, wat is die brutaal!, zeggen ze dan. Nee, hij is berekenend en hij weet dat hij er goed aan doet, zeg ik dan. Ik had dat ook al vrij vroeg door, ja.’’

Marcel ligt een straatlengte voor op zijn tegenstanders. Die verdienen hun geld met andere zaken dan met poker en vinden het gewoon leuk om te spelen. In het volgende PokerNews Magazine kan je verder lezen over het leven van Marcel Lüske. Dan lees je hoe hij zijn spel verder ontwikkelt en over zijn eerste grote toernooien. Ook kan je lezen over hoe hij Noah Boeken ontmoet.

Wil je meer van deze prachtige verhalen lezen? Neem dan nu een abonnement op PokerNews Magazine! Hoe doe je dat?

SMS pokernews aan naar 1008 (Nederland) of 9586 (België)

De ontvangen code voer je in op PNmagazine.nl samen met je adres en klaar is kees!

Dossier Lüske | van straatschoffie tot de Johan Cruijff van het poker (deel I) 102

Comments

  • HaroldAllOut HaroldAllOut

    Leuk om te lezen en al die verhalen te horen.

  • Gismo180 Gismo180

    Marcel is echt een koning.

  • NdeK NdeK

    Best leuk stikkie hoorThumb Up

Lees 4 reactie(s) op dit artikel

Wat denk jij?
Registreer je om een reactie achter te laten of login met facebook

LEES MEER

Andere Artikelen