De World Series of Poker - lees een hoofdstuk uit 'All-In' van Sander Collewijn

All-In - Sander Collewijn

In de tijd voor Black Friday leek poker een wereld van eindeloze gouden bergen. Hoewel spelers ook toen al klaagden over het alsmaar hoger wordende niveau, leek er voor pokersites geen einde te kunnen komen aan nieuwe spelers. Ze moesten er wel wat voor doen natuurlijk; het vuurtje moest aangewakkerd blijven worden, mensen moesten poker onder de neus geschoven blijven krijgen.

Nederlandse diehards fans werden bereikt met live reporting van grote events en pokeruitzendingen op televisie, maar de rest van het land had een andere aanpak nodig. PokerStars ging daarom een samenwerking aan met De Telegraaf die een aparte sectie van Telesport inrichtte voor poker. Dan moest er wel content zijn natuurlijk, en die moest komen van een ervaren journalist.

Freelance journalist Sander Collewijn accepteerde deze opdracht. Eerst voor twee dagen per week, maar dat breidde zich al snel uit naar meer. Zo zat Collewijn plotseling in het vliegtuig naar EPT Londen, terwijl hij via het Pokerkampioenschap van Nederland probeerde zijn nieuwe wereld en het pokerspel beter te begrijpen. Maar de journalist die onder andere werkt voor Het Parool, het Algemeen Dagblad en Hockey.nl wist wel iets van schrijven.

Over zijn ontdekkingsreis door de pokerwereld schreef hij een boek. 'All-In, een reis door de wereld van het poker' is inmiddels overal te koop. Om een idee te krijgen van het boek, kan je de proloog en het hoofdstuk 'De World Series of Poker' hier alvast lezen.


Proloog

Vijftig jongens. Vijf meisjes. Een villa met zwembad in Las Vegas, kilometers verwijderd van The Strip. Voor de tweede keer wordt er een ouderwetse inzamelhoed onder mijn neus gestopt, terwijl ik met mijn handen op de rand van het zwembad leun, mijn benen half in het water. Ik kijk recht in het gezicht van Leander. ‘Voor de hoeren,’ is zijn boodschap. Leander, het broertje van een van de beste pokerspelers van Nederland, vindt bier, barbecue, muziek, zwembad en vijf meisjes niet genoeg. Deze arme sportjournalist heeft tien dollar ingelegd voor eten en drinken en denkt geen professionele hulp nodig te hebben om zich te vermaken. ‘Nee, dank je,’ zeg ik tegen Leander, die rustig zijn rondje afmaakt langs het zwembad. Er zijn genoeg pokerspelers die wel geld inleggen.

Ik dompel me onder, krijg een Budweiser in mijn handen geduwd en rook een sigaret terwijl ik in het zwembad sta. Alle sigaretten hier smaken naar droge lucht van vijfenveertig graden, in de heteluchtoven die Las Vegas nu eenmaal is. Ontsnappen aan de klamme deken is niet mogelijk. Als ‘journalist’ voor De Telegraaf en PokerStars schrijf ik verhalen en maak ik video’s over al het pokergeweld in deze woestijn. Ik kijk jaloers naar het selecte groepje in het bubbelbad, de top van de apenrots. Alle aanwezige meisjes liggen daar, bij hun vriendjes, de succesvolle professionele pokerspelers die deze villa in Las Vegas hebben gehuurd, omdat ze zeven weken lang de toernooien van de World Series of Poker spelen. Voor het geld doen ze het niet. Dat verdienen ze met pokeren op internet. Het gaat om de roem en de eer een toernooi te winnen in Las Vegas, de bakermat van het poker. De stad van de absurde elektriciteitsrekeningen, waar in 1970 de eerste World Series of Poker werd gespeeld.

Deze pokeraars zijn dag in dag uit met hun vak bezig, terwijl ik het na een jaar nog niet in de vingers heb. Ik ben een absolute leek, ook bij het aanpassen aan de mores en de gewoontes van de pokerwereld. Zelfs geld uit de muur trekken voelt raar. Pokerspelers pinnen nooit. Als ik weer weiger als ze me voor de zoveelste keer vragen of ik mee wil naar stripclub Rhino’s, hoor ik er niet bij.

‘Jij krijgt natuurlijk die lekkere hoer en ik die lelijke,’ galmt Koen over het zwembad tegen zijn vriend.

Mijn vrienden in Amsterdam drinken bier in de Jordaan. Zij vieren dat het Nederlands voetbalelftal net de halve finale van het wk voetbal heeft gewonnen. ‘Jij krijgt natuurlijk die lekkere hoer en ik die lelijke,’ galmt Koen over het zwembad tegen zijn vriend. Koen is de kale Groninger die volgens ingewijden de ‘grootste onlinecashgames helemaal crusht, met swings van miljoenen’ tegen de allerbeste pokerspelers van de wereld. Ik mag hem erg graag. Hij heeft geen kapsones over zijn eigen spel, zoals de meeste pokerspelers. ‘Jij runt de laatste tijd in je leven zo lekker, hoewel ik lifetime beter run,’ zegt Jakko. Zijn vriend reageert: ‘Gast, jij runt altijd als een god. Als we nu flips doen verlies ik zo weer vijf K van je.’

Terwijl ik wat probeer te feesten met wat onbeholpen danspasjes in het zwembad, komen er drie vrouwen het terrein op gewiebeld. De tijd stopt als de vrouwen als in een catwalk langs het zwembad zwieren. Ze houden hun gezicht strak en emotieloos, terwijl ze weten dat iedereen naar ze kijkt. Voor ons is dit vertier, voor hen is het werk. Leander geeft de vrouwen de duizend dollar die hij heeft verzameld in de hoed. Iedereen kijkt om zich heen wie het eerste slachtoffer mag worden. Er zijn vijftig pokerspelers tussen de achttien en dertig jaar oud. Er zijn er zeker een aantal maagd. Inschatten of hun tegenstander aan de pokertafel een aas en een twee of een koning en een vijf in zijn hand heeft, en berekenen dat het in een bepaalde hand eenenzeventig procent van de keren goed is om de kaarten weg te leggen, kunnen ze feilloos. Menselijk contact is iets anders.

De World Series of Poker - lees een hoofdstuk uit 'All-In' van Sander Collewijn 101

Als iedereen naar elkaar kijkt, verhardt het gesprek tussen de hoeren en de pokerspelers. De handen van Leander bewegen alle kanten op. Ik loop richting het tafereel. ‘We hebben meer nodig dan duizend dollar,’ zeggen de prostituees. Wat er ook gebeurt, er gaat hier iets genaaid worden. De discussie verplaatst zich naar de keuken, terwijl het broertje van een van de grootste Nederlandse highstakers boven aan de trap staat te wachten op actie. Het enige wat iedereen wil zien is dat de achttienjarige Joost wordt ontmaagd en dat hij daarna triomfantelijk naar beneden loopt met de armen omhoog, zoals voetballer Giovanni van Bronckhorst na zijn poeier in de kruising tegen Uruguay. De voyeur in mij blijft rustig een halfuur wachten in de keuken totdat er wat gebeurt. Er volgt een halfuur een impasse, een bizarre onderhandeling over lichamen, geslachtsorganen en aantallen, waarin niemand toegeeft. ‘Meer dan duizend dollar,’ blijft het standpunt.

Leander loopt naar buiten om meer geld in te zamelen, maar dat stuit op weerstand. De vrouwen lopen naar buiten richting de uitgang en keren dan weer terug in de keuken van de villa, het epicentrum van de onderhandelingen tussen de prostituees uit Nevada en de Nederlandse pokerwereld. ‘Duizend dollar is genoeg voor drie jongens, toch?’ probeert Leander nog. De prostituees vinden van niet. Duizend dollar zijn slechts voorrijkosten. Daar hoort een penetratie zeker niet bij. Zelfs een kleine striptease zou nu al het geld waard zijn. Wanneer een gefrustreerde tiener een klein duwtje geeft tegen de blonde prostituee, beginnen haar collega’s te schelden.

‘Oprotten met die hoeren,’ schreeuwt hij nu door de keuken.

Als er acht mensen met elkaar, in de keuken, lichtjes beginnen te duwen en trekken, begint het op een eindeloze klucht te lijken, totdat Joris, de broer van Leander, zich ermee bemoeit. Hij is een van de vijf pokerspelers die de villa hebben gehuurd. Joris is wat ze in de pokerwereld een van de eindbazen noemen van het Nederlandse poker. De man met het meeste geld en het meeste aanzien. Een betrouwbare bankier voor collega’s, onbekend bij het grote publiek. ‘Echt een zwaar weekend. 140K verloren’ en: ‘Ik run lekker, 80K weer teruggepakt. Pacific poker is echt een goudmijntje,’ zijn de dingen die hij me toefluistert, als ik weer eens vraag hoeveel hij heeft verdiend.

‘Oprotten met die hoeren,’ schreeuwt hij nu door de keuken. Er volgt bijna een handgemeen met Leander, maar hij herhaalt zijn zin, want Joris is een van die gasten die zijn vriendin mee heeft genomen naar Las Vegas. Uiteindelijk druipen de prostituees af en lopen ze langs het zwembad door het hek naar buiten. De boosheid van de pokeraars kan zich op de een of andere manier alleen nog maar uiten in schaapachtig lachen. De Grote Ontmaagding zal niet in Las Vegas plaatsvinden, maar ergens in een stapelbed in Nijmegen.

Een hele groep pokerspelers duikt in het zwembad, terwijl ik net mijn vriend Richard bel in Nederland om iemand te spreken die ook gevoelens heeft en met wie ik mijn blijdschap over de finaleplaats op het wk kan delen. Er worden lappen vlees op de barbecue gegooid. Het bubbelbad stroomt weer vol met highrollers. Luxe genoeg, maar het gevoel ontbreekt. Er zijn genoeg jongens om een gesprek mee aan te knopen, maar ik kan niet meer, na dit intermezzo. Ik bedank Leander voor het bier en het vlees. Als ik het hek heb bereikt, kijk ik nog een keer achterom naar de pokeraars in het zwembad en vraag ik me af of dit echt gebeurd is. Aan de pokertafel verlies je minder snel 1K. Maar dit is Vegas.


De World Series of Poker

Eén valiumpil maakt rustig, en de drukke geest even gelukkig. Twee valiumpillen maken slaperig. Maar niets kan op tegen vliegangst, zeker niet in een oude Boeing 757 van us Airways, met versleten leren stoelen en oude stewardessen. Vlak voor de landing kijk ik uit over een woestijnlandschap. De lucht is uitnodigend blauw, toch besluit het vliegtuig een enorme smak naar beneden te maken. Ik zet me schrap. Als ik besef dat ik nog leef, zijn duizenden gokkasten het eerste dat ik zie op McCarran International Airport. Buiten val ik bijna flauw van mijn eerste sigaret. Een combinatie van zeventien uur doodsangst, vermoeidheid, twee valiumpillen en heel lang geen nicotine. Voor een indo als ik voelt hitte normaal als een warme deken, maar dit is geen hitte, dit is een heteluchtoven die permanent op de stand Ondraaglijk staat, een allesverzengende hitte die elke poging tot gezond leven en sporten de kop indrukt. Terwijl het nota bene mijn eigen idee was om voor De Telegraaf en PokerStars de normaal zo lege zomerperiode te overbruggen met veel verhalen en video’s van de World Series of Poker uit Las Vegas. Twee volle weken Vegas als ontmaagding, ik geef het mezelf te doen. Alsof ik voor de eerste keer met een meisje naar bed ga en meteen twee weken lang, vierentwintig uur per dag met een pornoster seks moet hebben.

Buiten zie ik Kees zijn shag roken. Ik herken hem van het vliegtuig. Dikke gespierde armen, kaal hoofd, mouwloos shirt, veel Chinese tekens op de armen en een gouden lach. Hij vertelt in plat Amsterdams dat hij een ‘pakketje op Stars’ heeft gewonnen, zijn vrouw heeft meegenomen en komende week weer terugvliegt.

‘Maar ik hoop natuurlijk dat ik tot het einde mag blijven.’ Kees, dat hoopt iedereen. In het Main Event van de World Series of Poker zijn er altijd zo’n zevenduizend man die tienduizend dollar inleggeld betalen. Dat maakt een prijzenpot van zeventig miljoen dollar. Dan is er een winnaar die voor eeuwig herinnerd wordt en zo’n acht miljoen dollar wint. En dan heb je nog 6999 mensen die chagrijnig, depressief of op tilt zijn omdat ze dus geen miljonair zijn geworden. Het is een afvalrace met heel veel bermbommen die je moet ontwijken. Iedereen begint met dertigduizend chips en uiteindelijk heeft één iemand al die chips en de hoofdprijs. Zevenduizend keer dertigduizend chips is tweehonderdtien miljoen chips. Simpel toch? Tussendoor moet diegene vooral heel veel coinflips winnen, bad beats uitdelen, goed runnen en overall de twee gelukkigste weken van zijn of haar leven hebben. Heeft een speler een paartje azen en de ander een paartje koningen? Dan besluiten de pokergoden hoe dit gaat aflopen. Een koning op de flop. Een aas op de turn. Een koning op de river. Bam. Quads koningen voor de tegenstander. Dat was tienduizend dollar. Zo kan het ook voor Kees gaan, die misschien twee hele dagen afwacht of er eens een goed handje voorbij komt. Hij ziet eruit als een veteraan die niet al zijn chips riskeert met koning-tien van harten, of er zelfs mee bluft. Dus wacht hij anderhalve dag tot hij een paartje vrouwen krijgt gedeeld. Hij gaat dan vol vertrouwen all-in, wordt gecalld door een jonge Zweedse speler met aas-koning, verliest de flip door een koning op de turn en mag naar huis.

De World Series of Poker - lees een hoofdstuk uit 'All-In' van Sander Collewijn 102

Maar het kan natuurlijk allemaal anders gaan. Misschien wordt Kees wel de nieuwe wereldkampioen poker. Ik noteer zijn telefoonnummer, zodat ik later voor de site van De Telegraaf een humanintereststuk kan schrijven over Kees. Dat is wat mensen thuis willen lezen, denk ik: een hobbyspeler die zich online op PokerStars kwalificeert voor het grootste pokertoernooi ter wereld en in het pokerwalhalla – met amateurs én professionals – kans maakt op miljoenen dollars. ‘PokerStars welcomes you to the World Series of Poker’ staat er op het grote bord buiten bij The Palms Hotel, een beige wolkenkrabber waar met verschoten groene letters Palms op is geplakt. Ik loop met mijn koffer naar de receptie die midden in het casino blijkt te zijn. Of eigenlijk, het casino blijkt, diep weggestopt, ook nog over een receptie te beschikken. Ik aanschouw tien seconden wat de receptionistes doen, want ik twijfel of ik aan deze balie fiches kan kopen voor de pokertafels of dat ik hier daadwerkelijk een kaartje voor mijn kamer kan krijgen.

Op de meest onvindbare plek van het casino, een donker weggestopt hoekje, bevindt zich de lift naar mijn kamer. Op de allereerste dag van het grootste pokertoernooi ter wereld stop ik een klein en een groot A4-schrift en een notitieblokje dat in de zak past van mijn spijkerbroek, meerdere pennen, zwart en blauw, recorder voor interviews, paspoort voor accreditatie en Amerikaanse dollars in mijn rugzak. Alles moet mee om goed verslag te doen van dag 1a van het Main Event van de World Series of Poker. Vanaf The Palms lijkt het rood-blauwe Rio nogal ver en dus neem ik de taxi, want ik kan alles declareren wat ik hier besteed aan werk.

De lucht zindert bij de entree, waar tientallen pokerspelers buiten de zenuwen weg roken en elkaar bad beats vertellen. Het is D-day. De dag na The Fourth of July, oftewel Independence Day, begint het pokertoernooi der pokertoernooien. Er zijn vier verschillende startdagen, met een verwacht aantal van zes- tot achtduizend spelers. Zelfs de goede startdag kiezen hoort bij pokerstrategie. Een dag na de feestdag spelen betekent dat er meer Amerikanen brak zijn en dat kan net dat voordeel zijn om dag 1a te kiezen. Dag 1a spelen betekent wel drie dagen wachten voordat dag 2a begint. Traditiegetrouw schijnt de laatste startdag, dag 1d, de drukste te zijn, wanneer meer dan tweeduizend pokerspelers zich verzamelen in de Amazon Room en de Pavilion Room. Op het bordes laaf ik me aan het pokertaaltje. Na een jaar lang elke dag over poker schrijven kan ik meepraten, maar de vraag is of ik serieus genomen word. Ik kan nu een beetje praten over pokerhanden met de echte cracks, maar ik weet zoveel over poker dat mijn echte vrienden totaal niet meer begrijpen waar ik het over heb. Ze willen niet meer met me pokeren, omdat ik alleen maar strooi met pokertermen. Het is een vervelend vacuüm, waarin zowel mijn vrienden als de professionele pokerspelers weinig kunnen met mijn kennis van poker. Ik zit er precies tussenin.

Voor mij is het tijd om mijn media-accreditatie op te halen, mijn werkplek op te zoeken en me klaar te maken voor mijn eerste echte dag op het Main Event van de World Series of Poker. In de eindeloos lange gangen van het Rio is dat nog best moeilijk. De gang die verschillende megazalen als The Pavilion en The Amazon met elkaar verbindt is ongeveer een kilometer lang.

Er blijkt hiërarchie te bestaan tussen de verschillende bloggersplekken. Grote pokersites als PokerNews zitten aan lange tafels in de zaal waar gepokerd wordt. Mindere goden of eenmanslegers zoals ik van de mainstreammedia worden daar niet geplaatst, maar in een klein zaaltje met alleen maar andere media. Voor mij maakt het niet uit. Voor de verhalen die ik voor De Telegraaf en PokerStars schrijf hoef ik zeker niet de hele dag in de toernooizaal te zitten. Als ik alle Nederlanders heb genoteerd, duik ik de Amazon Room in. Dit is het pokerwalhalla.


'All-In, een reis door de wereld van het poker' is inmiddels overal te koop.


Deel een pokeranekdote en win 'All-In, een reis door de wereld van het poker'!

In samenwerking met Sander Collewijn en uitgeverij Ambo | Anthos mogen wij vijf keer het pokerboek 'All-In, een reis door de wereld van het poker' weggeven. Het enige dat je daarvoor hoeft te doen is je favoriete pokeranekdote delen met ons.

Zet je grootste bad beat, het meest bizarre wat je aan een live pokertafel hebt meegemaakt of je vetste overwinning online, op papier, en wie weet ploft het boek binnenkort bij jou op de mat!

De vijf best beschreven anekdotes winnen het boek, met Sander Collewijn en Frank Op de Woerd als onpartijdige juryleden. Reageer in de comments hieronder, of post het als reactie bij het bijbehorende Facebook-bericht.


De World Series of Poker - lees een hoofdstuk uit 'All-In' van Sander Collewijn 103

Comments

  • JaccoH JaccoH

    Pappe_Ruk schreef

    ZoKanHetDusOok schreef

    Petert26 schreef

    Broertje moet broertje zijn van pappe ruk?Poker Face

    Mijn eerste gedachte ook lol.

    Mispoes

    zou ik ook zeggen

  • ploenk ploenk

    ROFL

  • Pappe_Ruk Pappe_Ruk

    ZoKanHetDusOok schreef

    Petert26 schreef

    Broertje moet broertje zijn van pappe ruk?Poker Face

    Mijn eerste gedachte ook lol.

    Mispoes

Lees 9 reactie(s) op dit artikel
Wat denk jij?

Registreer je om een reactie achter te laten of login met facebook

LEES MEER

Andere Artikelen